home
ambassadeurs/gastsprekers/BN’ers
 Ambassadeurs
  Mainstreet
  Heleen de Mooij-Lubbers
  Jeanne Diele
 Gastsprekers
 Bekende Nederlanders
 Zelf supporten
 
Jeanne Diele
 
 

HERINNERINGEN

Mijn herinneringen aan de oorlog voeren mij terug naar mijn kindertijd. Als kind van een NSB-vader heb ik het een en ander meegemaakt. Zelf was ik mij als kind niet bewust van waar mijn vader bij betrokken was. Daar werd thuis niet over gesproken. Vader is van beroep veranderd. Van drogist werd hij politie-agent. Ik wist niet dat dit vanuit de Landwacht van de NSB was. Hij droeg een uniform met, wat ik noemde stamplaarzen, waar ik een beetje bang voor was.

Vanaf die tijd wilden buurtkinderen niet meer met mij spelen, al zeiden ze toen niet waarom en dacht ik dat ze mij geen leuk meisje meer vonden. Er brak een eenzame tijd aan, waarin ik alleen thuis speelde met mijn poppen. Toen ik net 6 jaar was, vertrok ik met mijn moeder en 2 broertjes naar Duitsland. Later begreep ik dat dat met Dolle Dinsdag was, dus een vlucht. Toen wist ik niet beter dan dat we voor vakantie een poosje weg gingen. Wel moest ik daar naar school. In plaats dat ik daar wel leuk met kinderen kon spelen, werd al vanaf de eerste dag gezegd: 'sie sind landesverräter' en mocht ik weer niet meedoen. Ondanks dat ik niet verstond wat ze zeiden, begreep ik uit de manier waarop het gezegd werd, dat het iets heel slechts was. Dus ik was niet alleen geen leuk meisje, ik kwam uit een slecht gezin. Wij zijn daar 3 maanden gebleven en tegen Kerst 1944 kwamen we weer in Almelo terug. In april 1945, vlak voor de bevrijding, werd het weer net zo gevaarlijk voor ons als met Dolle Dinsdag en zijn we naar het Noorden van het land gevlucht. We dachten daar veilig te zijn wanneer de bevrijding kwam. Toen wist ik onderhand wel dat het een vlucht was.

Na enkele beschietingen te hebben meegemaakt, was ik onderhand ook bang geworden en jarenlang heb ik last gehad van de maandelijkse oefening, waarbij sirenes worden gehoord. Na de bevrijding is mijn vader geïnterneerd. Moeder was geen lid van de NSB geweest. Bij terugkomst in Almelo bleek onze woning te zijn leeggeroofd en bewoond door andere mensen. Wij hebben 4 jaar bij mijn opa ingewoond, tot mijn vader weer thuiskwam en we naar den Haag verhuisden, waar mijn vader weer drogist werd.

In Almelo ben ik al die jaren veel gepest op school en mocht weer nooit meespelen. Ook niet meevieren met school op koninginnedag en bevrijdingsdag. 'Daar hoor jij niet bij' werd door de juf gezegd. 'Jullie horen niet meer bij het Nederlandse volk'.

In Den Haag wist gelukkig niemand van mijn verleden en ik paste er ook wel voor op om het te vertellen. Als ze er achter kwamen zou ik wel weer gepest en afgewezen worden. Thuis werd ook nooit meer over de oorlog gesproken. Ik had een leuke tienertijd, maar besefte me niet dat ik alsmaar probeerde te doen wat een ander van mij verwachtte en dat er altijd een angst voor ontdekking in mijn achterhoofd zat. Ook schaamde ik me als er op school bij de geschiedenisles over de 2e wereldoolog of met de herdenking op 4 mei gesproken werd over die slechte NSBers en landwachters. Wat voor verschrikkelijks die allemaal hadden gedaan. Mijn vader had daar immers toebehoord, ook al wist ik helemaal niet of hij wel aan iets had meegewerkt wat dan zo verschrikkelijk was. Er werd immers nooit over gesproken thuis en vragen deed je al helemaal niet. Nee, de mensen hadden groot gelijk dat ze me afwezen als ze het wisten.

Jarenlang heb ik niet doorgehad welke gevolgen dit allemaal had teweeggebracht in mijn gedrag. Ik wilde altijd aardig zijn en zó mijn best doen, dat ze wel met me om zouden willen gaan. Als er iets fout ging, voelde ik me schuldig, maar ging me wel direct verdedigen. Dit gebeurde automatisch en ik was me van dat gedrag niet bewust. Toen ik 63 jaar was, heb ik in het nationaal archief de stukken van mijn vader gelezen en daaruit begreep ik dat mijn vader bij meer betrokken was geweest dan ik in mijn leven had geweten. Daar had ik het wel moeilijk mee. Ook mijn moeder had, ondanks dat ze geen NSB lid was, wel aardig meegewerkt.

Om hiermee om te kunnen gaan, heb ik deelgenomen aan een gespreksgroep van de werkgroep Herkenning, waar kinderen van ouders die in de oorlog een verkeerde keuze hadden gemaakt, met elkaar een weg proberen te vinden om dat een plaats te kunnen geven. Daar kwam ik er pas achter dat veel van mijn voelen nog steeds voortkwam uit mijn oorlogsverleden, maar dat die houdingen en gedrag helemaal niet meer nodig waren.

Toen heb ik gezegd: 'Nu ben ik pas echt bevrijd'. En begreep ik pas, dat je een kind nooit schuldig kunt vinden en straffen omdat een ouder of ouders verkeerde keuzes hebben gemaakt in hun leven. Ook toen pas herinnerde ik me gebeurtenissen van afwijzing die ik eerder als ‘normaal’ had ervaren. Ze moesten me toch wel afwijzen wanneer ze wisten uit welk gezin ik kwam?

Eén voorbeeld: Toen ik een jaar of achttien was werd ik verliefd op een goede vriend van mijn broer en dat was wederzijds. Ik woonde in den Haag, hij in Arnhem. Hij logeerde bij ons en toen hij wegging zei hij: je hoort gauw van me. Ik heb nooit meer iets van hem gehoord en dacht ‘uit het oog, uit het hart.’ Jaren later, toen ikzelf al getrouwd was en kinderen had, hoorde ik van zijn zus dat dit echt niet het geval was geweest. Hij was thuis gekomen en vertelde daar dat hij heel graag verkering met mij wou. Een oom van mij, die in Arnhem woonde en goed bevriend was met zijn ouders zei hem en zijn ouders dat hij dat maar niet moest doen, omdat ik uit een niet zo goed gezin kwam, dat mijn vader ‘fout’ was geweest in de oorlog. Hij is daarna nooit meer bij ons thuis geweest. Toen ik dat hoorde, vond ik het ook nog normaal. Zie je, zei ik: dat gebeurt er nu als ze het weten en ze hebben nog gelijk ook. Nu weet ik onderhand beter. Nog steeds deed ik alle moeite om niets fout te doen, te zijn zoals de ander me graag wilde hebben. Dat deed ik niet met opzet, maar het was een tweede natuur geworden en vaak kon ik er geen woorden aan geven wat ik werkelijk voelde of dacht, want dat zou toch wel fout zijn.

Er is weinig bekend over 'kinderen van politiek foute ouders'. Toch zijn er duizenden van in Nederland en ook de generatie erop heeft te maken met problematieken, voortkomend uit een opvoeding van ouders die vaak door al deze gebeurtenissen van pesten en afwijzing zijn getraumatiseerd en nog steeds moeite doen om erbij te mogen horen en het hoofd boven water te houden.

Nu ben ik 76 jaar en ik vind het een wonder dat ik nog heb mogen leren anders met mijn schades, toegebracht door afwijzing en pesten om te kunnen gaan. Dat ik er als mens evengoed mag zijn en dat een kind nooit schuldig kan worden geacht aan keuzes die ouders maken, welke dat dan ook zijn.

Toch wordt er naar mijn mening nog veel te weinig over nagedacht, welke gevolgen pesten en afwijzing kunnen hebben voor de verdere levensloop van mensen. We weten vanuit de media hoe kinderen die stelselmatig worden gepest dit niet meer aankunnen en uit het leven stappen of zoals we laatst hoorden, zo door het lint gaan dat ze zichzelf niet meer in de hand hebben en de pester neersteken. Laten we ons hard maken voor AANDACHT VOOR PESTEN.

Jeanne Diele Psycho-sociaal therapeut (gastspreker op scholen, bestuurslid van Herkenning, waar hulp verleend wordt aan kinderen van ‘foute’ouders uit WOII)

 
Jeanne Diele