home
informatie
 De rechten van het kind
 Kinderen tot 12 jaar
 Jongeren van 12-18
 Mensen met een licht verstandelijke beperking
 Pesten op de werkplek
 Dossier pesten
 Dossier medisch
 De gevolgen van pesten
 Aandacht voor pesten op scholen
 The biggest wake-up call ever
 Mijn verhaal
  Verhaal anoniem mei 2017
  verhaal van een moeder (nov.2016)
  Bob Thijs (66)
  Anoniem juli 2016
  Verhaal van Irene
  Verhaal van Lotte
  verhaal van anoniem februari2015
  Het verhaal van Ben (47)
  Verhaal van Mr.X
  De angst (pieter oktober 2014)
  verhaal van Dali (37)
  verhaal van de ouders van Nina augustus 2014
  verhaal Justien april 2014
  verhaal Nout april 2014
  Verhaal Ozkan februari 2014
  verhaal anoniem augustus 2013
  Verhaal van Anita (juli 2013)
  De Eenling (Amanda, 24)
  Verhaal Anoniem juni 2013
  Verhaal Sheila (14)
  Verhaal Anoniem april 2013
  Persoonlijk verhaal februari 2013
  Verhaal Stephanie (30)
  Verhaal Carina (39)
  Verhaal Anoniem (32)
  Verhaal Bob (45)
  Verhaal Floris januari 2013
  Het verhaal van Debby
  Verhalen 2013 en 2014
  Verhalen 2011 en 2012
 Mijn gedicht
 Mijn muziek,video
 

Op bovenstaand verhaal berust copyright. Copyright is een auteursrecht en biedt de schrijver/schrijfster wettelijke bescherming. Dit houdt in dat bovenstaand verhaal niet door derden gebruikt mag worden, zonder toestemming van de Stichting Aandacht voor Pesten.

(januari 2013) Verhaal van Anita (38 jaar).

Ik ben Anita, ik ben 38 jaar. Ik ben vroeger gepest en dit heeft mijn hele leven beïnvloed. Ik heb atheneum gedaan maar heb het niet kunnen afronden. Ik heb in mijn hele leven zes maanden werk gehad en ik woon nog altijd in bij mijn moeder. Zij is 57 en werkt bij de thuiszorg dus dit zal onze situatie er ook niet beter op maken.

Het begon eigenlijk al als kleuter. Ik had een lui oog en ik werd uitgelachen om die pleister op mijn oog. Ook lachten ze om mijn krullen. Dat was nog niet echt heel erg. Toen ik zeven was verhuisden we van Amsterdam naar een dorp, en al meteen vanaf de eerste dag hoorde ik er niet bij. Na een paar dagen kwamen er een paar meiden naar me toe die zeiden dat ik stom praat. Ik sprak vrij plat Amsterdams. Na een tijdje begonnen ze te zeggen dat ik stonk en dat ik lelijk was en begonnen ze me om van alles uit te lachen van mijn bril tot mijn krullen tot mijn kleren. Ze zaten ook vaak om me heen met hun truien voor hun neus en zwaaiend met hun hand vanwege de stank. Mijn juffen en meesters zagen het allemaal niet of negeerden het en mijn ouders zeiden altijd dat pesten iets was dat iedereen overkomt en dat het wel overgaat. Maar het ging niet over.

In de vijfde kregen we een nieuw klimrek op het schoolplein. Meteen moest ik daar in het speelkwartier in gaan staan alsof het een kooi was. Ze begonnen aan mijn haar te trekken of tegen mijn schenen te schoppen als ik het niet deed en dan praatte er niemand tegen mij of ze gooiden broodzakjes of klokhuizen naar me. Leraren deden ook daar niets aan. Een paar keer vroegen ze me zelfs de troep op te ruimen . Rond die tijd begon het mijn ouders te iriteren als ik er over praatte en moest ik naar mijn kamer. Daardoor ben ik maar gaan aanvaarden wat er gebeurde. De meeste klasgenootjes woonden rond hetzelfde speelpleintje dus ook daar werd ik uitgescholden en geschopt. Ik moest van mijn ouders buitenspelen dus heb ik hele stukken gewandelt in de hoop niemand uit mijn klas tegen te komen.

Op de grote school werd het erger. Op de eerste dag voor het eerste uur vonden twee meiden die ik nog kon van de lagere school het nodig om the vertellen dat ik het sukkeltje van de school was. Eer gingen een paar jongens en meiden in mee. Niet iedereen, maar ze waren gemeen. Ik werd achtervolgd op de fiets, van mijn fiets getrokken, ik kreeg kritiek op mijn uiterlijk, dat ik te dik was (was ik niet en gelukkig wist ik dat wel), mijn hygiene, mijn kleren, mijn bril. Als ik iets nieuws had durfde ik het niet eens aan te trekken en ik heb mijn beugel echt ontzettend gehaat. Elk puistje was meteen iets besmettelijks. In de kleedkamer moest ik altijd mijn kleren uit de vuilnisbak halen. Als ik mijn tas ergens liet staan vond ik er vuilnis in of was mijn agenda volgeschreven met rotopmerkingen. Een keer toen ik in de vierde zat hebben ze melk in mijn tas gegoten waar ik bij stond. Drie boeken waren daardoor onbruikbaar. Mijn moeder was daar erg boos over omdat zij ze moesten vergoeden.

De laatste twee jaar heb ik er met de pet naar gegooid. Dit tot onbegrip van mijn moeder en leraren. Mijn moeder wilde nog steeds niet luisteren. Mijn vader was overleden toen ik 14 was en mijn moeder gaf mij daar een klein beetje de schuld van. Dit is trouwens helemaal uitgepraat. Mijn leraren vonden het raar dat zo'n inteligente meid als ik het ineens zo slecht deed. Bij een mavoleerling hadden ze er niet van opgekeken. Ik heb echt zitten huilen tegenover mijn mentor maar ik heb nooit kunnen vertellen wat er aan de hand was. Ik ben puur op intelligentie nog wel overgegaan van vwo 5 naar 6 maar ik ben zelfs uitgesloten van deelname aan het eindexamen. Ik heb in die tijd veel over zelfmoord gedacht, maar je had hier alleen een brug over een snelweg en was te bang dat ik dat zou overleven in een rolstoel of zo. Hetzelfde had ik met methodes als mijn pols doorsnijden en dat soort dingen. Thuis was ik erg geheimzinnig. Ik was bijvoorbeeld een groot fan van Michael Jackson en Whitney Houston, maar ik heb het nooit gedurfd om een CD van ze te kopen of een poster op te hangen en ik denk dat mijn moeder dit nog steeds niet weet. Ik heb ook nooit een dagboek bijgehouden zodat niemand het zou kunnen lezen hoe graag ik het ook wou.

Ik maakte de school niet af en zorgde ervoor dat ik voor het volgende schooljaar op geen enkele school was ingeschreven. Mijn moeder was daar best kwaad over maar toen ik een baantje vond was het OK. Toen ze mij daarna toch weer terug naar school wilde sturen heb ik haar eindelijk over mijn ervaringen kunnen vertellen en heeft ze geaccepteerd dat ik de volgende twee jaar min of meer helemaal in bed heb doorgebracht. Na een rondreis door Amerika ben ik weer dingen gaan doen, maar ik heb nooit meer gewerkten ben ook niet meer terug gegaan naar school. Ik was vooral bang om elke dag met dezelfde mensen te worden geconfronteerd, maar ik ben ook aartslui geworden. Ik ga met niemand om behalve familie, al wil een bepaalde tante niets van mij weten omdat ik niets doe.

Op bovenstaand verhaal berust copyright. Copyright is een auteursrecht en biedt de schrijver/schrijfster wettelijke bescherming. Dit houdt in dat bovenstaand verhaal niet door derden gebruikt mag worden, zonder toestemming van de Stichting Aandacht voor Pesten. (januari 2013)