home
informatie
 De rechten van het kind
 Kinderen tot 12 jaar
 Jongeren van 12-18
 Mensen met een licht verstandelijke beperking
 Pesten op de werkplek
 Dossier pesten
 Dossier medisch
 De gevolgen van pesten
 Aandacht voor pesten op scholen
 The biggest wake-up call ever
 Mijn verhaal
  Verhaal anoniem mei 2017
  verhaal van een moeder (nov.2016)
  Bob Thijs (66)
  Anoniem juli 2016
  Verhaal van Irene
  Verhaal van Lotte
  verhaal van anoniem februari2015
  Het verhaal van Ben (47)
  Verhaal van Mr.X
  De angst (pieter oktober 2014)
  verhaal van Dali (37)
  verhaal van de ouders van Nina augustus 2014
  verhaal Justien april 2014
  verhaal Nout april 2014
  Verhaal Ozkan februari 2014
  verhaal anoniem augustus 2013
  Verhaal van Anita (juli 2013)
  De Eenling (Amanda, 24)
  Verhaal Anoniem juni 2013
  Verhaal Sheila (14)
  Verhaal Anoniem april 2013
  Persoonlijk verhaal februari 2013
  Verhaal Stephanie (30)
  Verhaal Carina (39)
  Verhaal Anoniem (32)
  Verhaal Bob (45)
  Verhaal Floris januari 2013
  Het verhaal van Debby
  Verhalen 2013 en 2014
  Verhalen 2011 en 2012
 Mijn gedicht
 Mijn muziek,video
 

Verhaal Anoniem (april 2013)

Mijn verhaal (pesten)

Op de lagere school heb ik het wel goed gehad. Ik had wel een vriendin die zelf allerlei problemen had en dat vond ik wel altijd lastig om me om te gaan. Ze wilde ook niks zeggen ze zat niet goed in haar vel. Maar ze had goede kanten ook en was ook aardig. Tegelijkertijd waren er ook altijd anderen klasgenootjes waar ik mee om ging en waar het gezellig mee was. Ik was niet populair maar kreeg toch wel aandacht van een paar jongens die me aan het lachen maakte. Ik voelde me altijd wel een beetje onzeker maar ik voelde me wel veilig. Met de eerste stap op de hogere school sloeg dat om. Ik voelde meteen ogen in mijn rug gebrand, van wat komt daar aanlopen. Zelf heb ik niet altijd woorden nodig, ik had aan afkeurende blik genoeg. Tas waar ga je met dat meisje heen is wel een veel gebruikt pestwoord en is ook bij mij gebruikt. Ik ben nooit groot geweest en dan had ik wel een grote tas. De eerste dag dan is iedereen nog nieuw en was er in de klas nog niks aan de hand. Wel buiten de klas en toen was het alleen nog mijn lengte waar ze me om uitlachte. Het kwam al snel in de klas voor dat er een paar jongens zich tegen mij keerde. Dan waren er een paar die aardig deden en door de rest voelde ik genegeerd. Mijn mond heeft nooit goed kunnen sluiten en mijn voortanden kwamen daardoor naar voren. Vooral als ik lach zie je het nog meer. Ik werd uitgemaakt voor rat en motormuis, omdat ik ook altijd snel naar huis fietste. Ze deden met hun mond mijn mond na. Dan draaiden ze zich om en lieten hun voortanden zien. Het had geen zin om iets te zeggen, want dan verdraaide ze hun eigen stem en kreeg ik op die manier mijn eigen woorden teruggekaatst. Ik durfde steeds minder en begon steeds meer een hekel aan mezelf te krijgen. Toch deed ik tegenover anderen alsof alles goed ging. Ik wilde niet zwak overkomen. Ik had een hekel aan gym en te voelen dat ik altijd als laatste werd gekozen. Een keer kwam er een jongen uit de klas naar me toe. Hij vroeg, mag ik je iets zeggen, wat ben jij lelijk. Een meisje van een andere klas, ze was een vriendin van een klasgenoot waar ik mee omging. Zij zei een keer tegen mij, jij zult nooit een jongen krijgen tenzij jij je laat ombouwen. Dat deed pijn maar ik deed nog steeds alsof dat niet zo was. Als ik in de klas iets niet snapte durfde ik dat niet te zeggen, ik dacht dat ik dan dom was. Ik wilde ook geen aandacht trekken. Ik probeerde zo stil mogelijk te zijn zodat er voor anderen geen reden zou zijn om mij te pesten. Maar ze zagen altijd wel iets. Thuis wist ook niemand iets. Daar was ik veilig en daar hoefde ik even niet aan school te denken. Ik dacht als ik niet zeg hoe ik me voel op school, dan is het er ook niet. Ik vluchtte eigenlijk weg voor mijn eigen gevoelens en bouwde een enorme muur om me heen. Niemand wist wie ik echt was. Ik wist het zelf ook niet meer. Ik had allerlei maskers en was mezelf kwijt. In de tweede klas raakte ik mijn vriendin kwijt, ze ging naar een andere school toe. Ik was ondertussen bezig om afstand te creëren van iedereen. Ik vertrouwde niemand meer en dacht dat het waar was wat te pestkoppen zeiden. Ik dacht dat ik lelijk was en het meest afschuwelijke mens was wat er rond liep. Ik heb heel vaak gedacht dat het beter zou zijn als ik er niet meer zou zijn. Op die manier deed ik het anderen niet langer aan om tegen mijn lelijke gezicht aan te kijken. Ik deed op die manier mee met de pestkoppen, door mezelf te pesten. Ik dacht dat mensen aardig tegen me deden en met me omgingen uit medelijden. Het kwam niet in me op dat er mensen zouden kunnen zijn die me echt leuk vonden. Ik leefde niet echt en stond overal langs de zijlijn. Toch heb ik nooit echt dood gewild en de leuke momenten gaven me steeds nieuwe energie om door te gaan. Ik was dol op komedies en cabaret op tv. Dan verdween ik even uit mijn eigen leven en kon ik lachen. De warmte en gezelligheid die steeds voel in mijn familie. Ook al zag ik van de zijlijn, ik kreeg dat gevoel wel mee. Hele mooie muziek wat mij kon opvrolijken. Mensen die wel gewoon aardig tegen me deden. Het waren steeds kleine dingen wat me toch opvrolijkte. Dingen die ik nooit had willen missen en wat dan kracht geeft door te gaan. Ik heb altijd veel boeken gelezen, en ik had een hekel aan boeken met een slecht einde. Boeken met een goed einde, dat gaf me een glimlach op mijn gezicht. Ik hoopte dat het op die manier ook op mijn leven van toepassing zou zijn. Ik wil niet ongelukkig dood gaan. Het gevoel hebben kansen te laten liggen. Ik wilde dat iets tijdelijks zou zijn en dat het uiteindelijk beter zou worden. Al wist ik nog niet hoe. Voordat ik dood ga wil ik er zo veel mogelijk uit hebben gehaald. En ik wilde niet diegene zijn die dat zou afpakken. In de derde klas ging ik naar een andere school. Ik zat op het vmbo en dan moest je na de 2e klas een richting kiezen. Ik koos Zorg en Welzijn en dat was in een ander gebouw. In die klas en op die school werd ik niet meer gepest. Wel nog als ik van school naar huis ging. Het waren dan alleen opmerkingen maar het blijft niet leuk. Ik weet niet eens meer wat, ik deed net of ik het niet hoorde. Ondanks dat ik niet meer gepest werd voelde ik me nog steeds een mislukkeling en een afschuwelijk mens. Ik dacht nog steeds dat niemand me leuk vond. Ik vertrouwde nog steeds niemand. Ik deed wel gewoon aardig terug als mensen aardig tegen mij deden. In de vierde had ik een mentrix die zich ook bezig hield met faalangsttrainingen. Zij zag dat er iets bij mij was en betrok bij mij bij die trainingen. Ik had gesprekken met haar en toen kwam er uit dat ik gepest ben. Ik vond het toen nog heel moeilijk om meteen alles te laten zien. Ik vertrouwde toen ook alleen nog mijn mentrix verder niemand. Maar het was al een hele opluchting dat er iemand was die mij doorhad, die door mij heen kon kijken. Ik hoefde niet meer te doen alsof het goed ging. Voor haar hoefde ik mijn masker niet meer op te zetten. Vanaf toen ging het beter. Ik ben nu 25 jaar oud en ik heb vanaf de derde tot nu toe allerlei soorten hulp gehad. Bij iedereen heb ik wat geleerd en ben steeds sterker geworden. Ik kon die muur die ik om me heen had steeds verder laten afbrokkelen. Ik durfde steeds wat meer mensen om me heen te vertrouwen. Ik ben tussendoor nog wel in teruggevallen en dan vond ik mezelf weer even niet leuk. Of dan doe ik teveel mijn best om anderen mij aardig te laten vinden. Ik leer nu om te leven met mijn hart en echt de dingen in het leven te doen die ik leuk vind. Soms betrap ik mezelf er op dat achter een ander aanloop. Dan sta ik even stil en dan bedenk wat ik nu eigenlijk echt wil. De mensen die echt bij mij passen die blijven wel bij me als ik mezelf ben. Daarvoor hoef ik dan niet bang te zijn dat ze dan weglopen. Ik heb na die tijd dat ik gepest ben het nooit helemaal los kunnen laten. Ik heb mezelf kwalijk genomen dat ik nooit voor mezelf ben opgekomen. Dat ik me heb laten gebruiken als boksbal waar andere hun frustraties op konden loslaten. Ik nam het mezelf kwalijk dat ik ook echt leuke vrienden heb laten zitten. Ik heb voor hun bepaald dat ik niet leuk was en dat ze beter af waren zonder mij. Ik heb ook al die nare gevoelens voor mezelf gehouden niemand wist dat ik me zo rot voelde. Niemand wist dat ik met zelfmoord gedachten rondliep. Dan kwam ik wel eens oude klasgenootjes tegen van de lagere school, die wel leuk waren. Dan wilde ik iets zeggen, vragen hoe het met hun gaat, vertellen wat er met mij allemaal is gebeurd. Ik wilde gesprekken kunnen voeren. Maar op het moment dat ik ze tegenkwam, bevroor ik. Ik wist niet wat ik moest zeggen, waar ik moest beginnen. Ik wilde het zo graag, maar sloeg dicht. Ik heb me nog aangemeld voor het tv programma, gepest, maar daar ben ik nooit doorheen gekomen. Het zijn dan vaak nog oudere mensen (ouder dan ik zelf), die er dan nog mee zitten. Ik had zelf iets van, ik wil het eruit gooien, ik wil er niet nog jaren mee zitten. Het voelde als een geheim wat ik nog meedroeg en ik wilde me niet langer schamen voor mezelf. Ik wilde andere laten zien wie ik ben. Mijn goede kanten en datgene wat vroeger was gebeurd, dat ik gepest ben. Ook om andere te laten weten wat het met je kan doen. Ik heb een persoon, waarvan het voor mij het meest goed voelde, een brief geschreven. Ik heb een aantal jaar bij hem in de klas gezeten van de lagere school. Ik heb geschreven hoe ik me toen voelde en ik heb wat gegevens van mezelf onderaan de brief gezet. Daarna zijn we met elkaar in contact gekomen en ben ik bij hem en zijn vriendin langs geweest. Zijn vriendin kon ik ook nog van school en was ook altijd aardig geweest. Het was eigenlijk heel gezellig en we hebben het van alles gehad. Over de leuke en minder leuke dingen die op school zijn gebeurd. En over hoe het nu gaat. Dat heeft me echt zo goed gedaan. Het heeft me energie gegeven en ik blijf met hun in contact. Ik heb daarmee echt een nieuwe deur voor mezelf geopend. Ik voor mezelf alsnog iets gedaan wat ik altijd heb gewild. Ook al is het alweer een aantal jaar verder. Ik voel mezelf echt groeien en steeds meer kansen durven pakken die ik wil. Die vriendin gaf mij nog hele belangrijke woorden mee, toen ik zei mensen te willen toevoegen of facebook maar niet durfde. Met het idee straks willen ze me niet. Ze zei toen, dan missen zij iets.

Op bovenstaand verhaal berust copyright. Copyright is een auteursrecht en biedt de schrijver/schrijfster wettelijke bescherming. Dit houdt in dat bovenstaand verhaal niet door derden gebruikt mag worden, zonder toestemming van de Stichting Aandacht voor Pesten. (januari 2013)