home
informatie
 De rechten van het kind
 Kinderen tot 12 jaar
 Jongeren van 12-18
 Mensen met een licht verstandelijke beperking
 Pesten op de werkplek
 Dossier pesten
  waarom kinderen pesten
  pesten of plagen
  waarom ik
  wat kun je doen als je gepest wordt
  wat te doen als je zelf pest
  wat kun je als ouder doen als je kind wordt gepest
  feiten en cijfers
  waarom pesten schadelijk is voor de gezondheid
  ben jij een pester
  herken de waarschuwingssignalen
  pesten en hersenschade
  alles over stress
  emotionele mishandeling verandert de hersenen
  chronische pijn bij pesten
  eenzaamheid, effect op de gezondheid
 Dossier medisch
 De gevolgen van pesten
 Aandacht voor pesten op scholen
 The biggest wake-up call ever
 Mijn verhaal
 Mijn gedicht
 Mijn muziek,video
 

De cijfers liegen er niet om.....

De gegevens hieronder zijn rechtstreeks overgenomen van de site van het NJI (Nederlands Jeugd Instituut). Voor meer informatie over het NJI: www.nji.nl/eCache/DEF/1/04/955.html.nl Onderstaande gegevens zijn de meest recente gegevens.

Pesten is een stelselmatige vorm van agressie waarbij één of meer personen proberen een andere persoon fysiek, verbaal of psychologisch schade toe te brengen. Bij pesten is de macht ongelijk verdeeld. Relatief nieuwe manieren van pesten zijn het digitaal en mobiel pesten. Kinderen of jongeren gebruiken dan het internet (bijvoorbeeld pesten via MSN) of pesten elkaar door vervelende berichten via de mobiele telefoon te sturen.

Cijfers.

Pesten komt zowel op de basisschool als in het voortgezet onderwijs vaak voor. Ruim een kwart van de scholieren pest af en toe. Het aantal kinderen dat pest is de afgelopen jaren licht gedaald. Ruim 6 procent van de leerlingen zegt vaak te pesten, dit percentage is in het voortgezet onderwijs iets hoger dan binnen het basisonderwijs (HBSC 2009). Jongens pesten op alle leeftijden vaker dan meisjes. Vmbo-leerlingen pesten vaker dan vwo-leerlingen. Een nieuwe vorm van pesten is digitaal pesten. In 2007 maakte 56 procent van de jongeren zich minstens één keer per maand schuldig aan een vorm van online pesten, blijkt uit de Monitor Jongeren en Internet.

Gebruikte onderzoeken of registraties.

HBSC 2002 (Health Behaviour in School-aged Children) HBSC 2005 (Health Behaviour in School-aged Children) HBSC 2009 (Health Behaviour in School-aged Children) Peiling Jeugd en Gezondheid (PJG) / 0- tot 12-jarigen onderzoek Monitor Jongeren en Internet 2007

Pesten.

In de afgelopen jaren zijn er verschillende onderzoeken uitgevoerd naar het pestgedrag van kinderen en jongeren. Er zijn drie grote monitoren die elke paar jaar herhaald worden: het HBSC-onderzoek, de Nationale Scholierenmonitor en de Monitor Jongeren en Internet. Daarnaast is er in 2003 nog de Peiling Jeugd en Gezondheid uitgevoerd, een groot onderzoek naar de leefsituatie en welzijn (waaronder pestgedrag) van kinderen. Al deze onderzoeken gaan uit van zelfrapportage; aan de jongeren zelf is gevraagd of zij anderen pesten. De resultaten zijn dus afhankelijk van wat de jongeren zelf beleven en hoe zij tegen het begrip 'pesten' aankijken. Ook verschilt de definiëring van het begrip per onderzoek.

HBSC-onderzoek.

Uit het HBSC-onderzoek van 2009 blijkt dat pesten zowel op de basisschool als in het voortgezet onderwijs vaak voorkomt; respectievelijk 28 en 30 procent van de scholieren heeft zich er de afgelopen maanden minimaal een keer schuldig aan gemaakt. Jongens pesten op alle leeftijden vaker dan meisjes. In vergelijking met vwo-leerlingen pesten meer leerlingen van het vmbo (vmbo-b 11 procent; vwo 3 procent). Daarnaast pesten allochtone leerlingen iets vaker regelmatig dan autochtone leerlingen (11 procent tegenover 6 procent).

Andere onderzoeken.

Op de vraag uit de Peiling Jeugd en Gezondheid hoe vaak kinderen zelf pesten, zegt 70 procent van de kinderen tussen 8 en 12 jaar dat de afgelopen paar maanden niet te hebben gedaan. 5 procent pest met grote regelmaat (meerder keren per maand of wekelijks). Jongens pesten vaker dan meisjes. De Nationale Scholierenmonitor 2007 laat ongeveer dezelfde percentages zien. 9,5 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs zegt regelmatig tot heel vaak medeleerlingen uit te schelden en 4,6 procent zegt medeleerlingen regelmatig of vaak buiten te sluiten. Bijna de helft van de leerlingen zegt anderen nooit uit te schelden (46 procent) en zo’n driekwart (72,1 procent) zegt nooit anderen buiten te sluiten of te negeren.

Digitaal pesten.

De Monitor Jongeren en Internet heeft onderzocht hoeveel kinderen en jongeren digitaal pesten en gepest worden. In 2007 maakte 56 procent van de jongeren zich minstens één keer per maand schuldig aan een vorm van online pesten. Hierbij is het begrip online pesten breed opgevat, het loopt uiteen van iemand beledigen, kwetsen, lastig vallen tot iemand volledig negeren. Als expliciet aan jongeren gevraagd wordt of ze weleens iemand pesten op internet, zegt 8 procent dit wel eens te doen.

Pesten en gepest worden.

Veel leerlingen die pesten, worden zelf ook gepest. 13 procent van alle leerlingen zegt zowel zelf gepest te worden als anderen wel eens te pesten terwijl 22 procent zegt anderen wel eens te pesten, zonder zelf gepest te worden. Van de leerlingen die gepest worden is het percentage dat zelf ook pest groter dan dat van leerlingen die niet gepest worden (49 procent tegenover 30 procent) (HBSC 2005). Ook uit de Peiling Jeugd en Gezondheid komt naar voren dat er een verband is tussen pesten en gepest worden. Van de kinderen die vaak zijn gepest gedurende de afgelopen maanden heeft 16 procent ook zelf vaak gepest. Ter vergelijking: van de kinderen die niet zijn gepest heeft slechts 2 procent vaak gepest. Dit onderzoek geeft ook informatie over de samenhang tussen pesten en psychosociale problemen. Kinderen die anderen pesten rapporteren vaker dat ze depressief zijn dan kinderen die nooit anderen pesten: 55 versus 29 procent. Bovendien hebben deze kinderen volgens de ouders ook vaker externaliserende problemen (vooral agressief gedrag), maar niet vaker internaliserende problemen (zoals zich terugtrekken en angstig of depressief gedrag).

Pesten en agressief gedrag.

Dorsselaer noemt in het HBSC-onderzoek 2005 dat er verbanden bestaan tussen pesten en verschillende vormen van agressief gedrag. Zo zijn frequente pesters veel vaker dan niet-pesters betrokken bij ander probleemgedrag zoals delinquentie of overmatige alcoholconsumptie, en zetten ze dit probleemgedrag ook vaak voort als zij ouder worden. Uit het HBSC-onderzoek komt naar voren dat er een verband bestaat tussen pesten en vechten. Jongeren die het afgelopen jaar minstens één keer hebben gevochten, hebben anderen bijna twee keer zo vaak gepest (50 procent) als jongeren die niet hebben gevochten (27 procent). Het verschil is nog groter bij jongeren die vaak hebben gevochten: deze jongeren pesten anderen vier keer zo vaak (22 procent) als jongeren die niet vaak vechten (5 procent).

Bronnen

  • Nederlands Jeugdinstituut: www.nji.nl/eCache/DEF/1/04/955.html.nl
  • Dorsselaer, S. van, Zeijl, E., Eeckhout, S. van den, ... [et al.] (2007). 'Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland : HBSC 2005'. Utrecht: Trimbos-instituut.
  • Dorsselaer, S. van, Looze, M. de, Vermeulen-Smit, E., ... [et al.] (2010). 'Gezondheid, welzijn en opvoeding van jongeren in Nederland : HBSC 2009'. Utrecht: Trimbos-instituut.
  • Rooij, T. van, Eijnden, R. van den (2007). 'Monitor internet en jongeren 2006 en 2007 : ontwikkelingen in internetgebruik en de rol van opvoeding'. Rotterdam: IVO, wetenschappelijk bureau voor onderzoek over verslaving, leefwijzen, maatschappelijke ontwikkelingen.