home
informatie
 De rechten van het kind
 Kinderen tot 12 jaar
 Jongeren van 12-18
 Mensen met een licht verstandelijke beperking
 Pesten op de werkplek
 Dossier pesten
 Dossier medisch
 De gevolgen van pesten
 Aandacht voor pesten op scholen
  basis- en middelbare scholen
  pabo's
  hoe herken ik als leerkracht pestgedrag
  hoe creer ik als leerkracht een veilige omgeving
  redenen voor pestgedrag op het voortgezet onderwijs.
 The biggest wake-up call ever
 Mijn verhaal
 Mijn gedicht
 Mijn muziek,video
 

Het geheim van het woord "SAMEN"

Een veilige omgeving is een omgeving waarin iedereen zichzelf kan zijn. Het is een omgeving waarin je wordt gerespecteerd en waarin je je kunt ontspannen. Zo’n omgeving kun je als leerkracht stimuleren door de kinderen zichzelf met de groep te laten verbinden. Als er onderlinge verbondenheid heerst, krijgt pesten geen kans. Er is dan loyaliteit naar en respect voor elkaar.

Maar hoe bereik je dat?

Je kan samen met de leerlingen duidelijke klassenregels opstellen. Wat mag wel en wat mag niet? Iedereen weet zo waar men aan toe is. Laat de leerlingen hun naam onder de regels zetten. Door met elkaar de regels op te stellen, worden de leerlingen zich bewust van wat niet mag en wat wel mag. Welk gedrag wel en welk gedrag niet gewenst is. Waar liggen precies de grenzen? Door het te bekrachtigen met hun handtekening, stimuleer je de verantwoordelijkheid om de regels na te leven. Spreek ook af wat er gebeurt als de afgesproken regels niet worden nageleefd. Maak geen uitzonderingen bij de naleving van de regels. Reageer daarin dus voorspelbaar. Kinderen weten zo exact waar ze aan toe zijn.

Onderwerpen voor klassenregels kunnen zijn:

  • Elkaar uit laten praten en dus luisteren naar elkaar.
  • Wachten op elkaar.
  • Elkaar helpen.
  • Iedereen hoort erbij.
  • Niet schreeuwen tegen elkaar.
  • Elkaar geen pijn doen.
  • Met zorg met je eigen spullen en met de spullen van de ander omgaan.
  • Niemand wordtuitgelachen.
  • Hoe lossen we meningsverschillen samen op?
  • Respect hebben voor elkaars mening.  

Als leerkracht kun je de onderlinge verbondenheid stimuleren door:

  • Oogcontact te houden met de leerlingen.
  • Leerlingen uit te laten praten.
  • Kinderen niet alleen te laten zitten.
  • Noem kinderen veelvuldig bij hun naam (bijvoorbeeld bij het uitdelen van schriften).
  • Geef de groep als geheel positieve feedback. Benoem daarin het waarneembare gedrag. Dan weten de leerlingen exact wat ze goed deden.
  • Een aai over de bol geven.
  • ’s Morgens bij het binnenkomen in de klas en 's middags bij het verlaten van de klas de leerlingen een hand geven.
  • Vaak vertellen wat er allemaal goed gaat.
  • Bij afstandscorrectie niet steeds de naam van de leerling noemen. De naam krijgt dan een negatief “anker”, wat pestgedrag in de hand werkt.
  • Besteed ruim aandacht aan omstandigheden die impact hebben op iemand. Kom daar ook na een tijdje weer op terug.

 

Het geheim zit in het woord 'SAMEN'. *samen* vaardigheden opdoen, samen eten en samen plezier beleven, stimuleert de onderlinge verbondenheid. Hierdoor zal pestgedrag in de kiem worden gesmoord. Leerlingen zullen in een veilige, respectvolle omgeving eerder voor elkaar opkomen en elkaar op hun gedrag aan durven spreken.